Mijn verhaal

Lees hier het verbijsterende verhaal van Jaco van Heijst, met beroepsziekte longaandoening in eindeloos durend gevecht met de gemeente Rotterdam.

Geachte lezer, het verhaal van Jaco van Heijst is een lang verhaal met bijna 7000 woorden. Het leest als een misdaadroman, dus je bent er zo doorheen.

Wat vertelt Jaco in dit verhaal?
Zijn ziekte is ontstaan door het gebruik van Biomos met een hogedrukspuit, iets dat niet mag volgens voorschriften. Ook wordt de verkeerde mengverhouding gebruikt. Jaco is de enige collega die dit werk doet, onbeschermd, in vol vertrouwen.
Jaco krijgt steeds meer klachten en een longarts vertelt hem dat hij een beroepsziekte heeft.
Op het werk is hier geen begrip voor, men neemt hem niet serieus, Biomos is volgens de opzichter nog steeds onschuldig, zouden zijn klachten van het roken komen?
Daarna krijgt Jaco te maken met de pestcultuur op zijn werk, aangevoerd door de leiding, dus een angstcultuur. Jaco wordt doodgezwegen en genegeerd. De spanningen lopen op. Hij vindt nergens hulp om uit de impasse te komen, iedere hulpverlener binnen het bedrijf speelt een spelletje. Een sfeer van wantrouwen en waarschuwingen.
Er komt een gigantische reeks rechtszaken, waar voorlopig nog geen einde aan komt. Wie houdt dit het langste vol, de kapitaalkrachtige gemeente Rotterdam, of een eenvoudige werknemer?
Wrang dat de fanatieke overheidscampagne zich niet richt op de eigen beroepsziektengevallen, want dan zou de gemeente Rotterdam wel eens flink aangepakt kunnen worden. Lees dus dit verhaal, een Kafka achtige story waar je kippenvel van krijgt.

(*de namen van het personeel Hofwijk zijn gefingeerd)

 

Stenen schoonspuiten met Biomos

 

Ik ben Jaco van Heijst 52 jaar
Getrouwd en vader van vier opgroeiende kinderen.
Ik werk sinds 1992 in vaste dienst bij de gemeente Rotterdam Stadsbeheer op begraafplaats Hofwijk en doe daar alle voorkomende werkzaamheden.
Mijn hoofdtaken zijn grafdelver en het schoonspuiten van stenen met Biomos.
Het product wordt in ongeveer 2000 door de opzichter (Leo*) geïntroduceerd op de werkvloer. Een biologisch middel dat je buiten zonder bescherming kan gebruiken, verzekert hij. Hij vertelt hierbij dat het een bacterie is (micro-organisme).
Er wordt voor het schoonmaken een kar aangeschaft met hogedrukspuit en een 500 litertank. Hiermee kan ik alle stenen onder hoge druk inspuiten. Het resultaat is geweldig!  Alle algen verdwijnen in een mum van tijd van de stenen. Dat  zal veel tijd schelen.  Om de graven goed te blijven onderhouden is het noodzakelijk om de stenen 2 x per jaar te behandelen.

Met Biomos naar Crooswijk

In 2012 krijg ik de opdracht om een tweede begraafplaats met Biomos te gaan behandelen.

 

Ik word naar Crooswijk gestuurd om stenen met schoon te maken met Biomos.
Op de begraafplaats van Crooswijk spreekt een voorman me aan over mijn werk, die me vertelt dat Biomos niet werkt. “Je kan de stenen net zo goed met water reinigen”,  oordeelt hij.

Tijdens het gesprek geeft hij aan dat ik met een verkeerde verhoudingen werk. Op de jerrycan zit een sticker waar een verhouding op staat van 1 op 10 (zie afbeelding). De voorman geeft aan dat het 1 op 40 moet zijn, zoals in het bijbehorende Veiligheidsvoorschriften Biomos reach_Bijlage1 vermeld staat.
Na overleg met opzichter Leo* krijg ik toch de opdracht dat ik de verhouding 1 – 10 moet aanhouden. Enige tijd later kom ik de voorman van Crooswijk nog eens tegen die me vraagt naar mijn spuitlicensie. Spuitlicensie? Is dat nodig, zo reageer ik verbaasd? Dat is me niet verteld en die heb ik niet. De voorman is van mening dat ik dan niet eens met Biomos zou mogen werken.

 

Ik krijg steeds meer vreemde klachten

Tot nu toe  vertrouw ik volledig op mijn opzichter Leo, maar wat zal ik daar een spijt van krijgen!

In de loop van 10 jaar werken met biomos krijg ik steeds meer het gevoel dat mijn uithoudingsvermogen minder wordt. Ook krijg ik elke keer als ik met Biomos werk, last van voorhoofdsholteontsteking en bijholteontsteking. Meestal ben ik dan wel een dag of 10 thuis voordat de klachten weer verdwijnen. Ook merk ik dat ik iedere morgen wakker word met droge branderige rode ogen. Het lijkt net of ik iedere avond dronken mijn bed in duik, maar ik drink geen druppel alcohol. Ik denk dat mijn verslechterde conditie wellicht te wijten is aan mijn rookgewoonte, een pakje shag in de week.

De hele dag in een wolk van nevel

In de herfst van 2013 krijg ik de opdracht van Leo* om opnieuw op Crooswijk de stenen te gaan spuiten.
Dit keer heeft de aannemer nog geen bladeren geruimd, dus het is nodig dat ik met meer druk werk om de stenen van blad te ontdoen. Hierdoor sta ik de hele dag in een wolk van nevel.
Na een tijdje voel ik me al niet lekker, ik voel een enorme moeheid in mij opkomen en snak naar adem.  vreselijk moe, mijn hart gaat tekeer als een gek.  ’s Avonds als ik thuis kom schrikken ze van mij, ik zie er niet uit. Wanneer ik opsta of ga lopen word ik helemaal grauw en duizelig. Na het weekend ga ik hier mee naar de huisarts. Ook als ik in de wachtkamer opsta en naar binnen mag ziet de arts dat het niet goed is met me. Met spoed verwijst ze me naar de longarts, maar ik pas vrijdag terecht kan.

Zoekend naar zittend werk

De overbrugging tot aan vrijdag is me wat te lang. Ik bedenk me dat ik ook zittend werk kan doen, administratie, of achter de balie staan, mensen ontvangen, thuiszitten is niets voor mij. Dus ik kies ervoor om naar mijn werk te gaan. Tenslotte is dit voor mij een hele fijne baan, al bijna 25 jaar.
Als ik aankwom op Hofwijk en mijn verhaal doe over de aanstaande afspraak met de longarts en hoe mijn huisarts reageerde toont Leo geen begrip. Hij zegt: “als je vrijdag naar een arts moet, ga je nu door met spuiten”. Ik ben min of meer verbijsterd en het lijkt me geen strak plan. Ik leg uit dat ik eigenlijk gekomen ben met het idee om tijdelijk even ander werk te doen, werkloos thuiszitten is geen optie voor mij. Maar Leo herhaalt dat ik maar moest gaan spuiten en houdt me voor: “anders is het werkweigering!”
Krijgen we hier opeens een angstcultuur?

 

Van Crooswijk naar de parkeerplaats

Daarna ga ik naar Crooswijk en doe daar tegen de opzichter aldaar opnieuw mijn verhaal. Die stuurt me meteen terug naar Hofwijk. Hij ziet de risico’s van doorwerken met Biomos voor mij en die verantwoording wil hij niet nemen.
Wanneer ik terugkom op Hofwijk reageert Leo ziedend. Hij zegt dat ik maar een schoffel moet zoeken en dat ik de parkeerplaats moet gaan schoffelen. De parkeerplaats is een asfaltvlakte met een bescheiden schoffelstrookje, er is praktisch niets te doen. Het voelt aan als een straf. Ik voel ook dat ik die inspanning niet aankan. Lichamelijk kan ik deze bewegingen volhouden, het ontbreekt me aan energie en lucht. Van maandagmiddag tot donderdagmiddag word ik elke keer opnieuw naar het parkeerterrein gestuurd terwijl hier eigenlijk geen werk te vinden is. Een ware kwelling, maar ik wil niet opgeven en mij ziek melden. Zo zit ik niet in elkaar

Angst en pestcultuur

Sinds mijn terugkeer van Crooswijk naar Hofwijk, die maandag, hangt er een totaal andere sfeer op het bedrijf. Collega’s doen net of ik lucht voor ze ben en kijken schichtig rond als ik in de buurt ben, niemand reageert op mij, niemand spreekt met mij. Ik krijg zelf geen oogcontact met mijn collega’s. Ik word totaal genegeerd. Zelfs collega’s waarmee ik een goede vriendschap heb opgebouwd doen mee, ik krijg met niemand meer contact. Pas veel later hoor ik dat er vanuit Crooswijk naar Hofwijk een telefoontje is gepleegd over mijn situatie, en hierop is direct gereageerd richting de rest van het personeel met een contactverbod. Op dat moment hoop ik dat het tijdelijk is, dat het wellicht overwaait. Maar de waarheid is anders.

Longarts vermoedt beroepsziekte

Vrijdag ga ik naar de longarts die direct allerlei onderzoeken start. Ik mag van de longarts niet werken zolang er niet meer bekend is over de oorzaak en zolang er nog geen goede medicijnen zijn gevonden. Ik krijg om te beginnen allerlei verwijzingen, zoals naar de oogarts, de cardioloog, de neuroloog, om duidelijkheid te krijgen over mijn conditie. Ik voel me voor het eerst serieus genomen, blij met die erkenning, geen aanstellerij, maar aanwijsbare problemen die mijn slechte conditie bevestigen. De longarts vermoedt dat het misschien wel een beroepsziekte kan zijn. Tijdens de onderzoeken die dag, constateert de oogarts dat ik flinke schade heb opgelopen aan mijn netvliezen, vergelijkbaar met brandplekken.

Ik schrik van de resultaten van deze onderzoeken, hoe ziet mijn toekomst eruit en heb ik nog wel toekomst? Kan ik nog naar Hofwijk om te werken of lig ik daar snel onder de zoden in plaats van er boven werken? Het is nog ernstiger dan ik van tevoren had gedacht. Ik ben er helemaal vol van en daarom kies ik ervoor om dit niet telefonisch aan mijn baas te melden, maar ik ga er zelf heen.

Geen hoop op verbetering werksfeer

Ik hoop vooral dat de situatie op mijn werk nu verbeterd kan worden en dat men de situatie nu ook serieus gaan nemen. Gewapend met de verwijsbrieven van de longarts kan ik nu immers bewijzen dat ik geen aansteller of werkweigeraar ben. Ik voel me blij opgelucht om die erkenning en denk de zaak nu opgelost te hebben, maar hoe anders pakt dit uit.
Opzichter Leo kijkt me meewarig aan en haalt zijn schouders op. Hij gelooft niets van het verhaal en laat meteen blijken dat hij me absoluut niet serieus neemt. Ik ben geen mens van geheimen dus ik vertel verder over alle onderzoeken en dat de longarts sterk het vermoeden heeft dat het een beroepsziekte betreft.
Hij wuift dit lachend weg en verwijt me dat ik dat mezelf allemaal heb aangedaan door mijn rookgewoonte. Hij is ervan overtuigd en bevestigt het nog eens:  “van Biomos kan dit niet komen, het is een bacterie, dat water kun je bij wijze van spreken zelfs drinken, zo onschadelijk!” Onderweg naar huis stort ik in. Ik besef nu dat de man waarmee ik 25 jaar samenwerk, die ik altijd zonder twijfel vertrouw, waaraan ik altijd trouw ben, me nu afpoeiert alsof ik een waardeloos stuk vuil ben. En dat terwijl hij me  regelmatig verzekerde dat hij het beste met mij voorheeft. Een scala van emoties schiet na dit gesprek door mij heen, van boosheid tot moedeloosheid en depressiviteit. Hoe nu verder? Valt dit nog te repareren?

 

Ik wil nu meer weten over Biomos

 

Thuis schuif ik achter de computer. Ik wil meer weten over Biomos. Op de website kom ik genoeg informatie tegen en ik besluit om de leverancier te bellen om meer informatie. Ik vertel hierbij niet wat mijn beweegredenen zijn, maar vraag informatie op en stel mezelf voor als medewerker van een begraafplaats die interesse heeft in dit product. De leverancier vertelt me dat je Biomos absoluut niet mag verwerken met een hogedrukspuit en zeker met beschermende kleding. Hij stuurt me het bijbehorende veiligheidsblad op en daarmee wordt me veel duidelijk. Op het veiligheidsblad staat ook de informatie dat je niet mag vernevelen, en niet mag werken onder hogedruk. Met de verhouding 1 op 40 heb je bescherming nodig voor je ogen, handen, een gasmasker is verplicht. Het is dus vooral niet dat onschuldige middel dat je bij wijze van spreken als water kunt innemen! En zeker ook geen bacterie. Leo heeft dus geen gelijk en heeft nooit gelijk gehad. Waarom is me dit niet verteld?

Weer terug naar het werk

Wanneer ik eenmaal aan medicatie zit mag ik ook weer een paar uur per dag werken. Opnieuw word ik op de beruchte parkeerplaats aan het werk gezet. Dit houd ik 3 maanden vol, nog steeds in de hoop op verbetering van de arbeidsverhoudingen en de werksfeer. Al die tijd beschouwen mijn collega’s mij als lucht, er is totaal geen contact. Ik voel me hier behoorlijk ongelukkig bij. Wat heb ik de mensen misdaan? Wat wordt er hier voor een naar spelletje gespeeld?

 

Pesten op het werk

Steeds meer krijg ik het gevoel dat ik word gepest op de werkvloer, nu overkomt het mij, maar in het verleden is dit ook al eerder gebeurd bij andere collega’s, bijvoorbeeld vanwege een gevalletje geloofsovertuiging. Vaker hangt hier dus een pestcultuur.
Het wordt nog eens extra duidelijk wanneer ik bij de balie naast een collega sta die ook langdurig ziek is. Beheerder (Pim) komt langs en vraagt mijn zieke collega zeer geïnteresseerd hoe het met hem gaat. Mijn aanwezigheid wordt totaal genegeerd, ik ben lucht voor hem. Na dit gesprek draait hij zich om en loop weg zonder omkijken.

 

Onaangekondigd bezoek op mijn afspraak met bedrijfsarts

Een volgend voorbeeld: ik krijg een uitnodiging voor de bedrijfsarts en wil dat bij de beheerder (Pim) melden.  Hij negeert me zoals gewoonlijk weer minutenlang. Echt vernederend. Tot iemand anders hem attent maakt op mijn aanwezigheid. Ik vertel Pim dat ik naar de bedrijfsarts ga. Pim wenste me goedendag. Maar wat schetst mijn verbazing? Ik ben nog geen vijf minuten in gesprek met de bedrijfsarts wanneer beheerder(Pim*) en opzichter(Leo*) onaangekondigd binnen worden gelaten. Ik snap er niets van. Waarom vertelt de beheerder me niet dat hij er ook bij zal zitten, waarom deed hij net alsof? Ik vind het maar vreemd.

De beheerder valt meteen met de deur in huis. Hij vraagt aan de arts: “Is het nu wel terecht dat Jaco niet mocht werken tijdens de onderzoeken?”
De bedrijfsarts antwoordt en bevestigt dat hij inderdaad het vermoeden heeft dat ik een beroepsziekte heb opgelopen. En dat ik niet mocht werken in de periode dat ik nog geen medicijnen kreeg. Indertijd werd de verstrekking van medicijnen uitgesteld om een zuiver beeld te krijgen van mijn ziekteplaatje.
De bedrijfsarts geeft opdracht aan de beheerder (Pim) om snel een afspraak te maken bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten bij het AMC, waarop de beheerder bevestigt dat hij dit zal regelen.
Uiteindelijk mijn persoonlijk gesprek met de bedrijfsarts nog geen vijf minuten, we verlieten met zijn drieën. Buiten de spreekkamer reageerde de beheerder verbolgen: “Wat een lul zeg! Niet te geloven. Hij hield vol dat Biomos nooit de oorzaak zou kunnen zijn, omdat dit volgens hem een onschuldig product is wat zonder veiligheidsmaatregelen kan worden gebruikt. Hij bijt me toe dat mijn probleem wordt veroorzaakt door het roken. Ik reageer hierop verdedigend: “Van roken krijg je kanker, waar ik last van heb is een spinnenweb aan littekens op mijn longen”. De beheerder is niet te kalmeren en hij heeft geen goed woord over voor de bedrijfsarts, hij schampert respectloos…”wat een homo!” Voor mij is het een teken dat mijn beheerder zich heeft voorgenomen dat ik een aansteller ben en blijf en dat niemand hem van die overtuiging kan weerhouden.

Mijn pogingen om volwaardig werk te krijgen

Tijdens mijn nutteloze werk op de parkeerplaats heb ik veel tijd om na te denken en pieker over een oplossing in deze impasse. Zo kan het niet langer doorgaan, ik voel me buiten spel gezet en ik kan en wil nog zoveel betekenen voor Hofwijk, de plek waar ik altijd met zoveel plezier heb gewerkt. Ik besluit een gesprek af te dwingen met de beheerder en meld me in zijn kantoor. Zoals gewoonlijk laat hij me gewoon staan en negeert mij, tot een collega hier een opmerking over maakt. Daarna stel ik voor dat ik makkelijk weer volledig aan de slag zou kunnen op een passende plek. In het verleden heb ik mij bijvoorbeeld bezig gehouden met asbestemmingen (bij crematies) en voor mijn gevoel kan ik daar weer hele dagen zonder extra moeite mee aan de slag. De beheerder bijt me toe dat ik me daarmee niet mag bemoeien. Er valt niet over te praten.

 

Met zijn drieen een slagboomknopje beheren

Begin juni 2014 kom ik op de parkeerplaats een dame tegen die me vraagt waar ze heen moet voor een sollicitatiegesprek voor de asbestemmingskamer. Terwijl ik haar haar naar de beheerder begeleid vertelt ze me dat ze hier als uitzendkracht aan de slag kan. Juist op die positie die ik zo graag zou willen en kunnen invullen. Wanneer ik daar iets van zeg tegen de beheerder zegt hij dat ik dit allemaal niet te bepalen heb. Ik word vanaf die dag naar een andere locatie gestuurd om samen met twee anderen 1 slagboom te bedienen op een gemeentewerf. Opnieuw geestdodend werk waarbij de verveling toeslaat. Het resulteert tot bij wijze van spreken ruzie aan toe wie er aan de beurt is om op het knopje in te drukken als de boom open moet. Er knap iets in mij en ik kom in verzet. Waar ik nu aan de slag ben is kilometers verderop en kost me meer reisgeld. Er wordt mij beloofd dat ik die kilometers vergoed zal krijgen maar dit heb ik tot de dag van vandaag nooit ontvangen.

 

Zoeken naar de juiste hulp voor bemiddeling

En dan doet zich een nieuwe kans voor. Er komt een nieuwe directrice op de afdeling. Ik neem het initiatief en bel haar om een afspraak te maken. Ze is niet zo toeschietelijk en vraagt me wat ik precies wil bespreken. En als ik vertel waarover het gaat  reageert ze dat een afspraak niet nodig is. Ze kan niets voor mij doen, weet ze. Waarom, dat is me nog steeds een raadsel. Die directrice heeft  nooit meer de moeite genomen om met mij in gesprek te gaan.

Daarna zoek ik hulp bij de bedrijfsmaatschappelijk werker van de gemeente Rotterdam. Die vindt ook een gesprek met mij niet nodig en ze belooft dat ik gebeld zal worden door de personeelsconsulent. Ook daar word ik op een zijspoor gezet en ik hoor er niets meer van.

Ik heb vanaf nu mijn hoop gevestigd op contact met een vertrouwenspersoon maar het is zoeken waar ik me moet melden. Deze persoon die eerst op de afdeling werkzaam was, is overgeplaatst. Wanneer ik eindelijk de juiste persoon te pakken krijg bevestigt hij me dat de situatie heel herkenbaar is. Hij heeft al eerder met dit bijltje gehakt bij een voormalig collega van ons op Hofwijk. Hij vraagt me om het hele verhaal op papier te zetten en te emailen. Echter, nadat ik het verhaal heb opgestuurd hoor ik nooit meer van hem.

De arbeidsdeskundige geeft me hoop

Na een paar dagen het knopje van een slagboom bedienen op de gemeentewerf word ik uitgenodigd om naar Hofwijk te komen om te praten met een arbeidsdeskundige. Ik krijg eindelijk hoop dat er iets gaat gebeuren. De arbeidsdeskundige komt tot de conclusie dat het wellicht beter is om mij te laten testen op mijn capaciteiten.
Qua vooropleiding heb ik het namelijk niet ver geschopt, grotendeels te danken aan mijn dislectie. Mijn algemene ontwikkeling is vele malen hoger dan mijn opleiding. Ook al vraag ik al 10 maanden om vervangend en passend werk, er is nog steeds geen test gedaan om te bepalen wat passend is, dat vereist namelijk actie van de beheerder.
Vanaf nu is al het contact weg tussen mij en de beheerder. Er is geen interesse meer in mijn persoon, zelfs niet door de opzichter die al 20 jaar mijn leidinggevende is.

Wantrouwen en waarschuwingen

Een uitnodiging voor een afspraak met het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten blijft ook uit. Uiteindelijk maak ik zelf een afspraak bij het UMC, het Nederlands kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen (NKAL). Ik heb dit gevonden via google en gecheckt mijn zorgverzekering of ik wel in aanmerking kom voor een vergoeding. Zelf kan ik dit allemaal niet betalen.

Ik kom daar vrij snel aan de beurt. Nadat het rapport van de NKAL al in mijn bezit is krijg ik eindelijk bericht van het AMC ( meer als een jaar na inschrijving beroepsziekte). Na overleg in Utrecht begrijp ik dat ik uiteindelijk toch ook doorverwezen zal worden naar Utrecht, waar ik nu al zit,  bij longarts dr. Rooyackers.
Na overleg met bedrijfsarts word een bezoek het AMC uitgesteld. Hofwijk is het hier niet mee eens en mij worden grote problemen voorspeld als ik me niet ga melden bij het AMC. Er wordt ontkend dat de bedrijfsarts dit  mijn zelf heeft aangeraden en zij nemen aan dat ik dit allemaal uit eigen beweging doe. Zowel de beheerder als de directrice zijn vol wantrouwen en waarschuwen mij voor de consequenties.

Ik probeer alsnog te bewijzen dat het niet mijn onwil is en ik stuur de beheerder de emails waarin de bedrijfsarts zelf aanraadt om het bezoek aan het AMC uit te stellen.

Nieuw werk dankzij rapport arbeidsdeskundige

13 maanden nadat de beroepsziekte bij mij is vastgesteld word ik uitgenodigd om naar Hofwijk te komen. Het rapport van de arbeidsdeskundige zal hierbij besproken worden. Ik kan de volgende dag weer beginnen op Hofwijk en kan auladiensten doen. Opnieuw word ik daar geconfronteerd met een vijandige houding ten opzichte van mij door alle collega’s. Geen enkele collega spreekt me aan en ook de opzichter waar ik al die jaren mee heb gewerkt zwijgt in alle talen.
Na een paar dagen voel ik me in de aula erg onzeker.
Vooral mijn kortademigheid bij activiteiten valt zo op. Mensen maken hier zelfs opmerkingen over. Ik voel dat dit geen geschikte functie voor me is door mijn kortademigheid en kies ervoor om bij de balie te gaan staan, in overleg met de opzichter van het crematorium die me gelijk geeft. Hij raadt me aan om hierover in gesprek te gaan met de beheerder in ons van tevoren afgesproken wekelijks gesprek. Helaas komt er niets terecht van wekelijkse afspraken. Hij wil geen tijd voor mij inruimen. Ik sta wekelijks op zijn kantoor met hetzelfde inmiddels beruchte toneelstukje, hij negeert mijn aanwezigheid, ook als ik wat tegen hem zeg. Alsof ik er niet sta, terwijl ik heel graag in gesprek wil om weer volledig aan het werk te gaan. Inmiddels is er weer gekort op mijn salaris, vanwege mijn langdurig ziek zijn, thuis moet moeite worden gedaan om de eindjes aan elkaar te knopen.

Die jongen is hartstikke gek!

 

Vanaf november tot aan maart sta ik bij de balie, niemand die zich daarom bekommerde, niemand van mijn collega’s (van buiten) die eens bij me aanloopt voor een gesprek.
Uitzondering is een gesprek met een uitzendkracht. Na dat gesprek, terwijl ik wegloop hoor ik een andere collega tegen die uitzendkracht zeggen: “ Daar moet je niet mee praten hoor, die jongen is hartstikke gek”. En zo wordt de sfeer steeds meer verziekt en dit herhaalt zich keer op keer.

Ben ik een debiel?

Al snel doet zich het volgende voor.
Er komt een echtpaar binnen voor informatie over de begraafplaats. Zij krijgen te horen dat ze eigenlijk een afspraak hadden moeten maken. Deze mensen reageren vervolgens erg teleurgesteld. Zij protesteren en vertellen dat ze helemaal uit Zeeland komen. De baliemedewerker geeft hierop aan dat het dan heel stom was als je zonder afspraak helemaal naar Rotterdam gaat.
Ik probeer te helpen. Tenslotte is werken op een begraafplaats een dienstverlenend beroep en ik heb jaren graven uitgezocht, gemaakt en geruimd dus ik vraag waarmee ik ze van dienst kan zijn. Ze willen informatie of ze ondanks dat ze in Zeeland wonen toch op Hofwijk begraven kunnen worden. Ik vertel ze hoe ze dat kunnen regelen. Dan reageerde de uitzendkracht door demonstratief tussen mij en het echtpaar te gaan staan. Ze duwt mij naar achteren en laat weten dat ze toch iemand heeft gevonden die die mensen kan helpen. Ze laat me als een debiel achter.

 

Weer nieuwe tegenvallers

Wat ik ook probeer, ik voel alleen heel veel tegenwerking. De beheerder spreekt me aan. Hij zegt dat als ik erg moe ben en last heb van beperkingen, ik maar gewoon thuis moest blijven. Begrijpt die man dan nog niet dat ik hoe dan ook aan het werk wil blijven?
Hoort dat bij het re-integreren op een werkplek?
Niet lang daarna roept hij me bij zich en schuift me een brief onder mijn neus. Een brief voor het UWV, waarin een verklaring staat dat ik vrijwillig en uit eigen beweging met hogedruk aan het spuiten was op Crooswijk. Hij vraagt me of ik dit “even” wilde ondertekenen. Het dringt tot mij door dat ik gelijk krijg met mijn vermoedens. Er wordt hier van alles in het werk gesteld om mij te dwarsbomen en weg te krijgen.

Ook vertelt hij me dat de gemeente het rapport van het kenniscentrum niet goedkeurt. Ik moet toch naar Amsterdam naar het AMC en zolang ik dat niet doe zal ik gekort blijven op mijn salaris.
Hij zal nu een email gaan sturen naar Amsterdam voor een afspraak (denk eens in, sinds september 2013 al ziek, en in maart 2015 blijkt dat er nog geen email was ontvangen van de gemeente Rotterdam).
Dit geeft me het gevoel dat men bij Hofwijk moedwillig de boel vertraagt. Hoe langer het duurt hoe moeilijker het wordt om de oorzaak van mijn ziekte vast te stellen.

Ik krijg klap op klap en voelde constant dat ik onder hoogspanning sta. Bij bezoek aan mijn huisarts krijg ik te horen dat ik maar even pas op de plaats moet maken. Mijn bloeddruk is torenhoog, bijna onverantwoord. Ik zie nu geen andere mogelijkheid dan mij ziek te melden. Ik ga hieraan onderdoor.

Eindelijk een gesprek met de beheerder, dus toch geinteresseerd?

Na 4 weken niks te hebben gehoord word ik door beheerder gebeld met de mededeling dat ik maandag om 9 uur moet komen werken.
Ik vertel hem dat ik niet in staat was om te komen en dat ik eerst naar de bedrijfsarts wil, dat het niet goed gaat met me. Voor het eerst lijkt hij geïnteresseerd in mij. Ik barst los en vertel hem dat het niet alleen aan mijn longen ligt, de spanningen van de werksfeer op Hofwijk zijn ook van invloed op mijn gezondheid.
Ik vertel hem dat ik niet kan uitleggen wat het allemaal met mij doet. Ik verwijt hem dat hij tot nu toe geen enkele interesse toont voor mijn welzijn. “Door jullie houding heb ik een advocaat moeten nemen, wat ik helemaal niet van plan was. Ik vraag al ruim een jaar naar een vertrouwenspersoon, ik bel bedrijfsmaatschappelijk werk, die poeiert me af. Ik vraag al maanden waarom me salaris wordt gekort en keer op keer wisselt van bedrag maar krijg hier geen antwoord op. Juist nu ik meer kosten heb aan een advocaat, aan reisgeld naar ziekenhuizen, parkeergeld, kleden jullie me helemaal uit. Van niemand krijg ik die uitgestoken hand.

Hulp is “voorgelicht”

De beheerder belooft mij door maatschappelijk werk te laten bellen en om een afspraak te maken voor mij bij de bedrijfsarts. Wanneer de maatschappelijk werker me daarop belt laat hij als eerste weten dat hij hoorde dat ik longproblemen heb dankzij mijn rookgedrag.
Weer een zoveelste voorbeeld van negatieve benadering van mijn persoon. Hofwijk doet zijn best om bij ieder contactpersoon mij eerst in een kwaad daglicht te zetten voordat die mensen daadwerkelijk kennis maken met mij.
In het gesprek met die maatschappelijk werkster kan ik mijn hele verhaal kwijt. Ze zal uitzoeken hoe het zit met mijn salaris en spreekt met me af om niets te doen met de pestcultuur bij Hofwijk, want dat heeft voor mijn gevoel toch geen nut.
Wanneer ze me terugbelt vertelt ze me dat ze personeelsconsulent heeft geconfronteerd met mijn verhaal, toch over de pestcultuur. Ik vraag me af waarom ze dit gedaan heeft ondanks harde afspraken met mij. Hierna hoor ik niets meer van haar. Het zoveelste doodlopende spoor.

De rechtzaken

 

In het eerste Rapport van het Nederlands kenniscentrum arbeid en longziekten wordt door dokter Rooijackers duidelijk gesproken over beroepziekte (COPD GoLD KLII /EAA  Arbeid gerelativeerd).

De eerste Rechtszaak wordt de zaak aangehouden omdat Gemeente Rotterdam de kans wilt krijgen op een tegenonderzoek, deze zal worden uitgevoerd door het AMC afdeling beroepsziekten.

Daarna word ik telefonisch benaderd door het AMC met de mededeling dat ze het onderzoek dat door dokter Rooijackers is verricht niet gaan overdoen. Dit omdat longproblemen veelal sowieso doorverwezen worden naar dokter Rooijackers (NKAL). Het AMC schaart zich helemaal achter het onderzoek van Rooijackers.

 

Werkplekbezoek met bedrieglijk toneelstukje

Als compensatie zal het AMC de vragen gaan beantwoorden die Rooijackers heeft opengelaten. Het idee is een werkplekbezoek te brengen aan Hofwijk door een onafhankelijk arts.
Tijdens het werkplekbezoek moet worden geanalyseerd hoe ik indertijd mijn werk uitvoerde.
Ik ben verbijsterd als bij Hofwijk een demonstratie gaat plaatsvinden in mijn bijzijn. Er staat er een volkomen nieuwe spuitkar waarmee alleen maar met lagedruk kon worden gespoten. Een van mijn collega’s staat er vermomd als astronaut om het voor te doen. Wat een bedrieglijk tafereel. Dit lijkt in niets op mijn werksituatie van de afgelopen jaren. Afgesproken is dat er zal worden gekeken naar hoe ik er indertijd mee werkte. Niet hoe ze, geschrokken van mijn beroepsziekte ondanks alle ontkenningen (bacterie, dat water kun je drinken, onschuldig), de omstandigheden aanzienlijk hebben aangepast. Is dit maar de realiteit, dan hadden we hier nu niet gestaan. Ik heb er zonder bescherming mee gewerkt met een kar waar een hoogdrukspuit op was gebouwd, in vol vertrouwen op de aanwijzingen van de opzichter dat biomos allemaal erg onschuldig is.
Uiteraard protesteer ik tegen dit bedrieglijke toneelstukje. Nadat ik duidelijk maak hoezeer dit afwijkt van de omstandigheden waarin ik mijn werk altijd moest doen, wordt na lang aandringen de oude spuitwagen voor de dag getoverd. Deze functioneerde naar zeggen niet meer. Ik krijg hem gelukkig aan de praat en dan blijkt dat alles met geweld is dichtgedraaid. De kar met hogedrukspuit is onklaar gemaakt.
Daardoor kon ik ook met deze kar niet demonstreren hoe ik ermee had gewerkt. Op de terugweg naar het Crematorium vertel ik de onderzoeker dat mij altijd is gegarandeerd dat het een biologisch middel was, bacteriën  die je zo zonder bescherming kan spuiten, geheel onschuldig. De beheerder loopt met ons mee dus ik vraag hem om dit te  bevestigen. Hij ontken meteen en benadrukt het zelfs. Ik maak hem op dat moment uit voor leugenaar en wijs hem op het verslag van de bedrijfsarts waarin zwart op wit staat dat hij die opmerking maakte. “Je valt toch wel door de mand roep ik, waarna hij stotterend toegeeft dat hij dit in opdracht moest ontkennen. Dus je geeft je leugen toe, vraag ik, waarop zijn antwoord bevestigend is.

Dit is de laatste keer dat zowel de beheerder als opzichter van Hofwijk contact met mij hadden. Ik vermoed dat de gemeente hen heel bewust van de zaak houdt om te voorkomen dat de waarheid aan het licht komt.

 

Nog meer leugens

Vanaf dat moment krijg ik uitsluitend nog te maken met de beheerder van de Zuiderbegraafplaats. Tijdens rechtszaken komt deze  samen met opzichter van het crematorium en de personeelsconsulent. Allen zijn geen direct betrokkenen bij mijn arbeidsverleden en dus niet bekend met de situatie.

Beheerder Zuid vertelt doodleuk tijdens de rechtszaak dat hij jarenlang mijn leidinggevende is geweest, en dat er anders gewerkt werd dan ik had omschreven. Hij heeft echter nooit als leidinggevende op Hofwijk gewerkt. Opnieuw bedient een ambtenaar van de gemeente Rotterdam zich van een leugen voor de rechtbank, dus meineed. Hoe ver gaat de gemeente Rotterdam om zich te kunnen onttrekken van de zorgplicht voor een beroepsziekte opgedaan op de werkvloer? (Hij verteld nog wel dat het werk met biomos is stil gelegd, omdat er niet meer met hogedruk mag worden gespoten)

 

De derde rechtszaak wordt behandeld als hoger beroep. De rechter geeft aan dat hoger beroep geen zin zal hebben en dat deze uitspraak bindend is. Anders dan in de vorige zittingen worden door de rechter vragen gesteld en krijgen beide partijen kort het woord. Hierbij lees ik een brief voor omdat ik in een eerdere rechtzaak vergeten ben te melden dat een longarts geen biopt kan maken van mijn long, omdat mijn gezondheid te slecht is, uit angst voor negatieve gevolgen. Hier verteld de beheerder zelf dat biomos zonder bescherming gespoten mag worden.(kan echt geen kwaad)

Deze rechtszaak  valt uit in mijn voordeel. Zie het rechtbankverslag.

https://linkeddata.overheid.nl/front/portal/document-viewer?ext-id=ECLI:NL:RBROT:2016:5323

 

Tijdens de zitting wordt mediation verplicht. De gemeente Rotterdam geeft aan dat de beheerder en opzichter die jaren mijn leidinggevenden waren hieraan niet gaan  meewerken.
De beheerder van de Zuiderbegraafplaats en de opzichter van het crematorium zullen plaatsnemen bij de mediation, zo wordt vastgesteld. De hele voorgeschiedenis zoals ook hier is beschreven op deze website heb ik opgeschreven en voorgelezen. Tot mijn opluchting bevestigt de opzichter van het crematorium mijn verhaal.
De beheerder van Zuid schrikt hiervan.
De hoop op weer aan het werk kunnen laaide op, maar hoe anders blijkt de praktijk. Als hij was nagekomen wat hij toen beloofde had ik zeker weer aan het werk gekund.
Na een week komen we weer bij elkaar waarbij beheerder mededeelt dat men heel veel aan mij verhaal heeft. Er zal zeker in de toekomst veel veranderen, maar voor mij komt het te laat. Hij laat me weten dat mijn ontslag is aangevraagd.
De zoveelste impasse, en ik had het kunnen weten. Dus reageer ik. “Zoooo beheerder, deze woorden zijn je in de mond gelegd”. Hij knikt hierop bevestigend. Hij voorspelt me dat de gemeente toch in hoger beroep zal gaan en dat mijn enige kans om te winnen is als ik Rooijackers als deskundige meeneem.

Onder zware druk om ontslagvergunning te tekenen

Vlak na de zitting word ik uitgenodigd door arbeidsdeskundigen van de gemeente Rotterdam. Onaangekondigd zitten hier ook drie personen aan tafel . Het gesprek heeft als doel een ontslagvergunning via het UWV. Kant en klare ontslagpapieren worden met een voorbarig optimisme onder mijn neus geschoven. Hierbij de suggestie dat ik maar gewoon moet tekenen. Er wordt druk op mij geleverd. Hoe lang heb je nog te leven, deze strijd kost je zoveel extra inspanningen. Je kan beter de tijd die je nog hebt gebruiken om leuke dingen te doen met je gezin. Wanneer ik het niet teken wacht een jarenlange strijd tussen mij en de gemeente Rotterdam, en dat zal ik toch verliezen, zo wordt me voorgehouden. Met drie man beuken ze op mij in, om mij aan het wankelen te brengen. Mij wordt voorgehouden dat de kapitaalkrachtige gemeente Rotterdam het nooit op zal geven. Ze geven me geen kans…
Ik voel de grond onder mijn voeten wegzakken. Moet ik toegeven? Mijn laatste tijd hier op aarde doorbrengen met mijn gezin? Een gezin waar ik al jaren niet de leuke energieke vader voor kan zijn? Een vader die zijn gezin wellicht naar de afgrond leidt door financiele gevolgen van mijn beroepsziekte,  met inmiddels de nodige betalingsachterstanden, de schulden, thuis zit ik diep in de ellende, mijn huwelijk staat onder druk. Mijn inkomen zit tussen de 900 en 1000 euro vanwege alle kortingen en er is een  huishuur van 700 euro. En dat met mijn gezin met 4 opgroeiende kinderen. Bruto verdien ik te veel om huursubsidie of andere bijstand te kunnen aanvragen. Zelfs bij de voedselbank kan ik niet terecht omdat mijn brutoloon onveranderd is zoals bij een volledig salaris.
En dat alles doe ik mijn gezin aan, ben ik egoïstisch? Moet ik nu opgeven en gewoon tekenen en er vanaf zijn? Er gaat op dat moment van alles door mijn hoofd en ik raak een moment in paniek. Hebben ze gelijk, en wat nu? Moet ik tekenen, alles waar ik tot nu toe voor gevochten heb opgeven? Op dat moment ontsteek ik in grote woede, ik voel me met mijn rug tegen de muur gezet. Ik kan geen kant meer op.

Ik aan een stootkuur prednison waardoor ik minder zelfbeheersing heb. Ik antwoord dreigend. “Als ik verlies zijn er drie gezinnen die wat te verliezen hebben. Ik hak de beheerder en opzichter hun koppen eraf. Als zij voor mijn auto staan rem ik niet af maar geef ik juist gas!” Ik spui al mijn woede in één vernietigende zin.
Achteraf wil ik dat nuanceren. Normaliter zou ik dat nooit doen! Ik vertel het hier omdat ik geheel eerlijk ben en de gemeente niet de kans wil geven om met een ander verhaal te komen.

Administratiefouten met grote gevolgen

De rechter heeft al aangegeven dat het ingehouden stuk loon moet worden uitbetaald. Wanneer ik deze ontvang komt dit belastingtechnisch bovenop mijn brutoloon. Daardoor moet ik dik 2000 euro terugbetalen aan de belastingen. Op het belastingkantoor vertelt men dat de gemeente een fout heeft gemaakt. Het kan twee oorzaken hebben. Of het jaarinkomen van 2014/2015 is niet goed omdat ik veel minder kreeg of van 2016 klopt niet omdat het verschoven loon is. Mijn advocaat heeft  hier meerdere keren contact over gezocht met de gemeente Rotterdam maar er komt geen oplossing. Weer pure onwil. Zo gaat men met beroepsziekteslachtoffers om in deze gemeente.

Rotterdam opnieuw in hoger beroep!

De eerste vraag van de rechter is: “wat is de reden dat u in hoger beroep bent gegaan want wij zien helemaal niks nieuws?”  Het antwoord van (Jurist gemeente Rotterdam) “uhh ja het gaat om de centjes heh.” Der ontstaat een wel niet spel tussen longarts en bedrijfsarts  De rechter grijpt in, uit eindelijk geeft de bedrijfsarts de longarts helemaal gelijk. blijf alleen de zorgplicht over de gemeente wil dat ik hier opnieuw voor naar de rechtbank gaat. gelukkig grijpt de rechter ook hier in en behandeld de zorgplicht wel. hij vraagt aan de gemeente of ze nog meer stukken hebben buiten de verklaringen zonder datum van medewerkers. De gemeente heeft geen andere stukken, de rechter antwoord dan kom ik terug op de vorige zitting waar de beheerder heel duidelijk heeft verteld dat biomos onschadelijk is en mag worden gespoten zonder bescherming!

Ik ben nu 26 jaar ambtenaar, en vind dit heel erg om te horen. Is dit de werkgever waar ik mijn ziel en zaligheid aan toevertrouwde?

 

De “onafhankelijke” bedrijfsarts die het werkplekonderzoek deed is inmiddels arts in dienst van de gemeente geworden. Ik overweeg dan ook een klacht bij de tuchtraad neer te leggen. In 2015 schreef hij een rapport over het werkplekbezoek en gebruikte het rapport van Dokter Rooijackers (NKAL). Tijdens het hoger beroep gaat hij tegen het rapport in( dus ook zijn eigen werk).

 

Alle bewijsstukken zijn vanaf vandaag te lezen op deze website.

 

Hoe is de situatie op dit moment, juni 2018?

Nadat ik in september 2017 ben voorgeweest in Utrecht voor de Hoge Raad is door de rechtbank een vraag gesteld aan longarts Rooijackers. Deze mag daarna door gemeente Rotterdam beantwoord worden.
Er is nog steeds geen definitieve uitspraak. En er wordt nog steeds over en weer geschreven en de zaak wordt vertraagd.

Ik vraag me inmiddels af: Wil de rechter geen uitspraak doen bang om als voorbeeld te dienen voor vergelijkbare zaken tegen de overheid?

Inmiddels heeft de gemeente Rotterdam in alle wijsheid besloten dat mijn vakantiegeld langer ingehouden moet blijven… zogenaamd omdat ik in gebreke ben gebleven. Een vinkje op mijn account ontbreekt. Dit account bestaat al 4,5 jaar niet meer.

 

Inmiddels is ieder wel duidelijk dat de gemeente Rotterdam vanaf dag 1 de boel vertraagt. Met tijdwinst kan de uitslag wellicht worden beinvloed, hoe langer de onderzoeken worden uitgesteld, hoe lastiger het zal worden om met 100% zekerheid te bewijzen dat het hier handelt om een beroepsziekte. Eigenlijk zou met 1 regel de rechtspraak klaar kunnen zijn, en dat is: de zorgplicht van een werkgever. (beschermende kleding, gasmasker, aanhouden van de juiste voorschriften!

 

Heel wrang. Diezelfde overheid is inmiddels een hele mooie champagne gestart

https://www.arboportaal.nl/campagnes/veilig-werken-met-gevaarlijke-stoffen

 

Hierbij tikken ze bedrijven op hun vingers als er fouten zijn gemaakt, maar hoe zit het intern bij de overheid?

 

Kijk eens hier!

 

https://linkeddata.overheid.nl/front/portal/document-viewer?ext-id=ECLI:NL:RBROT:2016:5323

 

Aankondiging van ontslag

 

En sinds 1 juni 2018 heb ik een aankondiging van ontslag!

Ja dat mag allemaal, de overheid maak er een potje van. Dit past weer precies in het plaatje van de gemeente Rotterdam. Ontslaan tijdens het hoger beroep zorgt ervoor dat ik ook daartegen weer in beroep moet. Voordat dit voorkomt ben je zo weer een aantal maanden verder. Tijdens deze periode moet ik toch een inkomen hebben.
Dus ik kan eventueel ww aanvragen. Wanneer de zaak voor is geweest en ik in het gelijk gesteld wordt, heeft dit grote gevolgen, de gemeente zal mijn salaris moeten uitbetalen met terugwerkende kracht,( jaarsalaris gaat dan weer omhoog, weer een aanslag van de belasting en ik zal de onterecht toegekende ww moeten terugbetalen, en dat wordt dan wel een bruto bedrag.
Ik ga met grote zorgen de toekomst tegemoet, een toekomst met een opeenstapelende hoop rekeningen en een oneindige rij van deurwaarders.
Hoe lang nog staat mijn gezondheid het toe om te strijden.

 

Staat Gemeente Rotterdam boven het Nederlandse rechtssysteem?

Op 15 juni kreeg per post en aangetekend de aankondiging van ontslag nogmaals nu uitgebreid met papieren van het UWV.  Alleen geef de Gemeente hier een eigen invulling aan Het UWV heeft een functieadvies afgegeven dat heeft niks met ontslag te maken. Na overleg met het UWV mag de gemeente Rotterdam contact opnemen met het UWV om het advies nogmaals te krijgen maar dan in Jip en Janneke taal. De gemeente plaats zich tevens boven de wet, Stapt over de uitspraak van rechtbank Rotterdam heen, zolang het hoger beroep geen uitspraak doet blijft de uitspraak 2016 bindend. in deze uitspraak is beroepsziekten erkend en zorg voor salaris verplicht. en toch kiest de gemeente er voor om geheel respectloos en tegen de Nederlandse wet in! mijn ontslag procedure te starten. zie brief en reactie bij pagina bijgevoegde stukken. Ontslag brief is binnen gemeente Rotterdam stapt over de uitspraak heen. plaats van hun verantwoording nemen mag de maatschappij voor hun nalatigheid  zorgen

Jaco hoopt dat de uitspraak snel komt zodat hij de gemeente op andere gedachten kan brengen.

 

De enige manier waarop ik het nu nog kan volhouden is de onvoorwaardelijke steun van mijn echtgenote en mijn schatten van kinderen. Daarin voel ik me erg gesterkt.
Heel erg veel dank, Patricia, Jeroen, Neryelle, Cheyla en Lee jay.

 

 

10 reacties op Mijn verhaal

  1. Misschien is dit kaasje voor een van de heeeel bekende advocaten in Nederland. Kom op heren help deze man zijn recht te krijgen. Dit kan toch niet zo doorgaan.

  2. Lieve jaco ! Ik heb je verhaal gelezen met tranen in mijn ogen , wist wel het van je van je werk met dat spul toen je uitzending op tv maar dat het zo erg was hoe ze je behandelen wat een schande om jou zo te zo n sociale behulpzame man die ik ken en voor iedereen klaarstaat en toch blijven lachen en de clown spelen! En goed doet voor anderen en kinderen! Ik wens jou en je gezin en lotgenoten heel veel sterkte en kracht ! ga voor je recht ! En succes bij de uitgever!

  3. Hoi hoi Jaco
    De web site is mooi geworden ? als ik niks verder kom met mijn zaak zet ik ook mijn spullen er op???je weet dat ik ook beroepsziekte heb??door las werkzaamheden daar bij teveel bloodgesteld aan lasdampen en fijnstof.we houden contakt groetjes Henri
    Blijf strijden topper ?????

  4. Werkelijk te gek voor woorden!
    Ik wist niet dat zo een oneerlijkheid en schijnheiligheid nog bestond in deze tijd!
    Ze zouden deze mensen moeten opsluiten en blootstellen aan deze giftige nevel tot ze er zelf in stikken!

    1. Over stikken weten de ex-collega’s inmiddels alles, ze hebben hun collega laten stikken, letterlijk en figuurlijk. Vorige week werd hij in de nacht afgevoerd naar het ziekenhuis. Jaco weigert tot nu toe afhankelijk te worden van zuurstofapparaten, maar ’s nachts breekt dit hem op, in zijn slaap krijgen zijn organen te weinig zuurstof.
      Hij heeft moeten vechten voor zijn leven in het ziekenhuis. Als je hem ziet of spreekt lijkt het alsof er niets aan de hand is, maar het is werkelijk een drama. Hij is er veel erger aan toe als dat je op het eerste gezicht weet. Duim maar voor hem dat het beter gaat en dat het hem nu niet fataal wordt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *